Geen verband tussen huurovereenkomst en wijkverplegingsovereenkomst; commissie onbevoegd

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: dienstverlening    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 157464/172377

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil van de cliënt zag op verschillende klachtonderdelen, waaronder medicatielevering, kwaliteit van de zorgverlening en klachten over de huur en huisvesting. Ter zitting heeft de cliënt toegelicht dat de medicatielevering en zorgverlening tegenwoordig geheel naar tevredenheid verlopen, waardoor hij daar geen klachten meer over heeft. Alleen de klachten die gerelateerd zijn aan huur en huisvesting legt de cliënt nog aan de commissie voor.
De cliënt heeft zowel een huurovereenkomst als een wijkverplegingsovereenkomst, waartussen geen verband bestaat. De commissie is niet bevoegd de klachten over huur en huisvesting te behandelen, nu deze klachten niet te maken hebben met de wijkverplegingsovereenkomst, maar met de huurovereenkomst.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting Rivas Zorggroep, gevestigd te Gorinchem
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De behandeling heeft plaatsgevonden op 5 september 2023 te Utrecht.

De cliënt is zelf ter zitting verschenen. De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door mevrouw mr. [naam] (juridisch adviseur), mevrouw [naam] (vastgoedcoördinator), mevrouw [naam] (klachtenfunctionaris).

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Wat aan het geschil is voorafgegaan
De cliënt heeft meerdere klachtonderdelen bij de commissie aanhangig gemaakt, die zien op de volgende onderwerpen:
a. Fouten van de zorgaanbieder ten aanzien van de doorlevering van de geleverde medicijnen door de apotheek;
b. Zorgproblemen met betrekking tot Covid bij de liftingang van het gebouw waar klager verblijft;
c. Problemen aangaande de luchtvervuiling;
d. De weigering van de zorgverlener om lid te worden van een onafhankelijke geschillencommissie Huur voor de provincie Zuid-Holland;
e. Klachten over parfumgebruik door een medewerkster van de zorgaanbieder;
f. Het niet (verder) willen behandelen van zijn klachten door de zorgaanbieder.

De zorgaanbieder was van mening dat de commissie niet bevoegd was het geschil te behandelen aangezien de klachtonderdelen voornamelijk zagen op de huurovereenkomst en niet op een zorgovereenkomst. Ook zou de cliënt zijn klachten niet eerst aan de zorgaanbieder hebben voorgelegd.

Commissie bevoegd en cliënt ontvankelijk
Bij beslissing van 31 oktober 2022 heeft de commissie geoordeeld dat zij de bevoegd is om het geschil te behandelen en de cliënt ontvankelijk is in zijn klachten. De klachtonderdelen raken namelijk de zorgovereenkomst. Verder heeft de cliënt zijn klachten kenbaar gemaakt bij de zorgaanbieder. Of alle klachtonderdelen eerst zijn ingediend bij de zorgaanbieder zelf, zou tijdens de inhoudelijke behandeling worden beoordeeld.

De commissie overweegt als volgt.

Inhoud en omvang klacht
In de klachtbrief van 22 februari 2021, waar de zorgaanbieder in februari 2022 kennis van heeft genomen, klaagt de cliënt onder andere over de problemen rondom de medicijnlevering. In de correspondentie die daarop volgt, zijn ook klachten geuit over de klachtbehandeling. Ter zitting heeft de cliënt toegelicht dat de problematiek rondom de medicatielevering beschouwd dient te worden als voorbeeld van de problemen die spelen. De medicatielevering levert inmiddels geen problemen meer op.

Ook de zorgverlening, waarover de cliënt meerdere klachten had ingediend, verloopt tegenwoordig naar wens. De communicatie met en door zorgverleners wordt als prettig ervaren. Ten aanzien van de zorgverlening heeft de cliënt dan ook geen klachten meer.

Desgevraagd heeft de cliënt ter zitting medegedeeld dat slechts de klachten rondom huur en huisvesting nog bestaan en verzoekt hij de commissie zich daarover uit te laten.

Huur en huisvesting gerelateerde klachten
De cliënt heeft zowel een huurovereenkomst als een wijkverplegingsovereenkomst met de zorgaanbieder. Ter zitting heeft de zorgaanbieder benadrukt dat de huurovereenkomst van de cliënt geen relatie heeft met zijn wijkverplegingsovereenkomst. Deze twee overeenkomsten staan los van elkaar.

Volgens de cliënt is de klacht aangaande de luchtvervuiling wel degelijk gerelateerd aan de zorgverlening, nu de luchtkwaliteit van invloed kan zijn op een cliënt met COPD-klachten.

Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) heeft de commissie tot taak geschillen tussen een cliënt en een zorgaanbieder te beslechten in het kader van de zorgverlening, waarvan de behandelingsovereenkomst de grondslag vormt. Ter zitting heeft de cliënt bevestigd dat de klachten over bijvoorbeeld de luchtvervuiling strikt genomen onder de huurovereenkomst vallen. Naar het oordeel van de commissie zien de huur en huisvesting gerelateerde klachten inderdaad op de huurovereenkomst en niet op de wijkverplegingsovereenkomst. Over zaken die de huurovereenkomst aangaan, kan de commissie geen uitspraak doen.

Conclusie
Nu tijdens de mondelinge behandeling van dit geschil duidelijk is geworden dat de cliënt niet langer vasthoudt aan zijn klachten inzake de verlening van zorg, dient de commissie uitsluitend te oordelen over de klachten van cliënt inzake de huisvesting. De commissie komt – in afwijking van het door de commissie bepaalde in de beslissing van 31 oktober 2022 gezien de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid – tot het oordeel dat zij hiertoe niet bevoegd is, gezien het feit dat de klachten inzake huur en huisvesting niet onder de behandelingsovereenkomst vallen.

Ten slotte merkt de commissie het volgende op. Uit de stukken heeft de commissie begrepen dat sprake is geweest van (ernstig) verstoorde verhoudingen tussen de cliënt en de zorgaanbieder. Op grond van het verhandelde ter zitting en de wijze van onderlinge communicatie, spreekt de commissie het vertrouwen uit dat partijen constructief met elkaar in gesprek blijven, eventueel via de klachtenfunctionaris.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 5 september 2023.