De commissie kan een beschuldiging van een strafbaar feit niet behandelen

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 11893/12810

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Volgens de gemachtigde is de cliënte opzettelijk mishandeld door het verkeerd om aanbrengen van de voet/beenspalken. Volgens de gemachtigde zijn de voet/beenspalken niet zonder kracht verkeerd om te gebruiken. Daarnaast staat op de spalken duidelijk een L voor links en een R voor rechts. De commissie verklaart de gemachtigde niet-ontvankelijk, omdat het gaat over een beschuldiging van een strafbaar feit en niet over een klacht. Het oordelen over strafbare feiten is voorbehouden aan de officier van justitie en/of de rechter.

Volledige tekst

In het geschil tussen
[Cliënte], wonende te [plaats] en gemachtigde [naam], vader van cliënte en Syndion, gevestigd te Gorinchem (hierna te noemen: zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2020 te Rotterdam. Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënte werd ter zitting vertegenwoordigd door de heer [naam], die ter zitting zijn standpunt nader heeft toegelicht. Door zorgaanbieder is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Onderwerp van het geschil
Gemachtigde stelt dat cliënte opzettelijk is mishandeld door de beenspalken verkeerd om aan te doen.

Standpunt van de gemachtigde
Voor het standpunt van de gemachtigde verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Op 9 oktober 2018 heeft een medewerker van de zorgaanbieder bewust cq opzettelijk de orthopedisch gevormde voet/beenspalken bij zijn dochter verkeerd om aangebracht. Zijn dochter heeft de gehele nacht de spalken verkeerd om gedragen. De spalken zijn duidelijk gemerkt met een L voor links en een R voor rechts en hebben een verschillende vorm en lengte. Deze kunnen alleen met kracht aan het verkeerde been worden bevestigd. De volgende dag was er op het linker bovenbeen een rode plek zichtbaar als gevolg van de afklemming van de spalk. Gemachtigde is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een toevallig verkeerd omdoen van de spalken maar dat opzettelijk is gehandeld. Hij heeft de zorgaanbieder verzocht om aangifte bij de politie te doen. Dit heeft de zorgaanbieder geweigerd. Daarop heeft de gemachtigde zelf een melding over dit incident bij de politie gedaan.

De gemachtigde vordert van de zorgaanbieder een antwoord op de volgende vragen:
1) De naam van degene die de spalken bewust verkeerd om heeft gedaan.
2) De reden waarom deze persoon dit bewust heeft gedaan.
3) Hoe laat deze medewerker/ster zijn/haar dienst is begonnen.

Standpunt van zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 14 oktober 2018 is een klacht van gemachtigde ontvangen. De gemachtigde was van mening dat een begeleider de orthopedisch gevormde beenspalk van zijn dochter bewust en opzettelijk verkeerd bij haar had omgedaan, te weten de linker spalk aan het rechterbeen en de rechterspalk aan het linkerbeen. Hij sprak in dit geval van mishandeling en foltering. Op basis van deze klacht is de zorgaanbieder in gesprek gegaan met gemachtigde. De zorgaanbieder heeft de fout erkend, maar afstand genomen van de bewering dat deze fout bewust is gemaakt. Daarop heeft de gemachtigde de klachtenprocedure doorlopen zoals bij de zorgaanbieder gebruikelijk is. Helaas heeft dit voor hem tot op heden niet tot een bevredigende oplossing geleid.

Beoordeling van het geschil
Zoals de commissie ook ter zitting aan de gemachtigde heeft uitgelegd is zij niet bevoegd en evenmin bij machte om een oordeel te geven over de stelling van de gemachtigde dat de medewerker zijn dochter opzettelijk heeft mishandeld en gefolterd door de beugels met opzet verkeerd om aan te doen. Deze stelling betreft naar zijn inhoud immers geen klacht maar een beschuldiging dat een strafbaar feit is gepleegd. Een dergelijk oordeel is aan de officier van justitie en/of de rechter voorbehouden en niet aan de geschillencommissie. Zij hebben daartoe ook eigen onderzoeksbevoegdheden waarover de commissie niet beschikt. Indien de gemachtigde een oordeel wenst of in dit geval sprake is geweest van een strafbaar feit, zal hij zich tot de politie en niet de geschillencommissie dienen te wenden. Ingevolge artikel 5 sub e van het reglement verklaart de commissie de cliënt in zijn geschil ambtshalve niet ontvankelijk indien hij geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie. De commissie is van oordeel dat deze situatie zich hier voordoet. De taak van de commissie is een oordeel te geven of een zorgaanbieder bij het verlenen van de zorg aan een cliënt heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk handelende zorgaanbieder in vergelijkbare situaties. Zoals ook door de zorgaanbieder is verklaard is er sprake geweest van een onzorgvuldig handelen door een medewerker bij het aanbrengen van de spalken. De zorgaanbieder heeft de gemachtigde hiervan direct na het incident uit eigen beweging op de hoogte gebracht. Door de zorgaanbieder is, na onderzoek naar dit voorval, aan de gemachtigde de verklaring van de bewuste begeleider meegedeeld en excuses voor deze door de aanbieder zelf benoemde ernstige fout aangeboden. De medewerkers zijn nogmaals gewezen op het op juiste wijze aanbrengen van de beenspalken. Daarmee heeft de zorgaanbieder alle mogelijke maatregelen getroffen om te voorkomen dat dit nogmaals gebeurt. De commissie heeft ter zitting vastgesteld dat het de gemachtigde met name te doen is om het verkrijgen van de naam van de medewerker opdat de gemachtigde hem/haar in persoon nogmaals op zijn handelen kan aanspreken en kan eisen dat deze persoon niet meer voor de verzorging van zijn dochter mag worden ingezet. De commissie kan hierover echter geen uitspraak doen, net zomin als over de vraag of sprake is geweest van een strafbaar feit. Op grond van het voorgaande is de gemachtigde niet ontvankelijk in de klacht. Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De gemachtigde wordt in de klacht niet ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, de heer drs. P. Quaedvlieg, de heer S.P. de Paauw, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 6 januari 2020.