Cliënte niet juist ingelicht voor de operatie; klacht gegrond verklaard

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: bejegening/ onzorgvuldigheid    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 224614/233516

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënte is op 18 november 2022 geopereerd. Voorafgaande aan de operatie heeft zij een pre-operatieconsult gehad bij de anesthesioloog [initiaal anesthesioloog]. Tijdens de narcose was er een collega anesthesioloog. Cliënte is hiervan voorafgaande aan de operatie niet op de hoogte gesteld. Toen zij al bij bewustzijn was heeft een verpleegkundige de beademingstube eruit gehaald. Cliënte heeft het idee dat er te lang gewacht is met het verwijderen van de slang. De verpleegkundige stond met haar rug naar haar toe en heeft daardoor niet op haar kunnen letten. Toen de beademingstube werd verwijderd, had cliënte het gevoel dat zij stikte. Hierdoor heeft cliënte een trauma opgelopen.
Ingevolge artikel 3.2.17 van de Leidraad in het perioperatieve proces van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) dient een patiënt tijdens het preoperatief spreekuur te worden geïnformeerd dat er (mogelijk) een andere anesthesioloog de anesthesie zal verzorgen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie niet gebleken dat tijdens de preoperatieve screening cliënte hierover is geïnformeerd. Voorts blijkt niet duidelijk uit het anesthesieverslag wie de anesthesioloog is geweest die cliënte in slaap heeft gebracht. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard.
De commissie kan niet tot het oordeel komen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van de beademingstube. In voorkomende gevallen mag een anesthesieassistente, na overleg met de anesthesioloog, deze tube verwijderen indien een anesthesioloog op dat moment niet beschikbaar is vanwege een operatie in één van de andere operatiekamers. De omstandigheid dat de anesthesieassistente met haar rug naar cliënte stond betekent niet dat zij cliënte niet tijdens de operatie in de gaten heeft gehouden. De beademingstube wordt pas verwijderd op het moment dat een patiënt zelfstandig kan ademen. Dit betekent dat de tube pas kan worden verwijderd indien de patiënt goed zelfstandig ademt en daarbij in meer of mindere mate bij bewustzijn is.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: cliënte)

en

Groene Hart Ziekenhuis, gevestigd te Gouda
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 20 december 2023 te Utrecht.

Beide partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door de heer drs. [naam], anesthesioloog, mevrouw mr. [naam], [naam rechtsbijstandskantoor], en mevrouw [naam], juridisch medewerker als toehoorder.

Beoordeling
Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor een hulpverlener (in dit geval: de zorgaanbieder) voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de hulpverlener moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de hulpverlener zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

Voor de aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en de cliënt moet door deze tekortkoming nadeel zijn toegebracht.

Standpunt cliënte
Cliënte is op 18 november 2022 geopereerd. Voorafgaande aan de operatie heeft zij een pre-operatieconsult gehad. Zij ging ervan uit dat anesthesioloog [initiaal anesthesioloog] bij de operatie aanwezig zou zijn en haar de narcose toe zou dienen. Tijdens de narcosetoediening was er een collega anesthesioloog. Cliënte is hiervan voorafgaande aan de operatie niet op de hoogte gesteld. Deze collega anesthesioloog heeft zij na de operatie niet meer gezien. De anesthesioloog die de narcose zou toedienen, heeft zij evenmin gezien. Toen zij al bij bewustzijn was, heeft een verpleegkundige de beademingstube eruit gehaald. Cliënte heeft het idee dat er te lang gewacht is met het verwijderen van de tube. De verpleegkundige stond met haar rug naar haar toe en heeft daardoor niet op haar kunnen letten. Toen de beademingstube werd verwijderd, had cliënte het gevoel dat zij stikte. Hierdoor heeft cliënte een trauma opgelopen. Zij is al geruime tijd thuis met een posttraumatische stressstoornis. Zij heeft lichamelijke en geestelijke klachten en kan als gevolg daarvan niet voor zichzelf en haar kind zorgen. Inmiddels is zij ook haar baan kwijtgeraakt en heeft zij hierdoor financiële problemen gekregen. Cliënte verwijt de zorgaanbieder dat deze nooit excuses heeft gemaakt.

Standpunt zorgaanbieder
Op de operatiekamer zijn de anesthesiologen voor twee operatiekamers verantwoordelijk. Zij zijn aanwezig in de operatiekamer bij het in slaap gaan en bij het wakker worden van de patiënt. Soms gebeurt het dat de anesthesist die de verantwoordelijkheid heeft voor een bepaalde operatiekamer er op het moment van in slaap gaan of wakker worden niet bij kan zijn. In dat geval wordt één van de aanwezige anesthesiologen gevraagd om de taken waar te nemen. Op die manier is het ook gegaan op de dag dat cliënte is geopereerd.

Tijdens de operatie blijft er een anesthesiemedewerker op de kamer om de patiënt te bewaken, die altijd door een anesthesioloog wordt gesuperviseerd. De afspraak is dat de anesthesioloog erbij geroepen wordt op het moment dat de operatie is afgerond om het wakker worden te begeleiden. Het zou kunnen gebeuren dat een patiënt sneller wakker wordt en dat de anesthesist dan nog niet op de kamer aanwezig is. De anesthesiemedewerker is bevoegd en bekwaam om in dat geval de beademingstube veilig te verwijderen. Vanwege veiligheidsredenen wordt de beademingstube pas verwijderd als een patiënt goed zelfstandig kan ademen en ook zelfstandig zijn luchtweg kan beschermen. In de meeste gevallen zijn de patiënten dan bij bewustzijn op het moment dat de beademingsbuis wordt verwijderd, maar niet iedereen heeft hier een herinnering van. De zorgaanbieder betreurt het dat cliënte het uithalen van de beademingstube actief heeft gevoeld en daarvan nog steeds hinder ondervindt.

Overwegingen van de commissie
Ingevolge artikel 3.2.17 van de Leidraad in het perioperatieve proces van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) dient een patiënt tijdens het preoperatief spreekuur te worden geïnformeerd dat er (mogelijk) een andere anesthesioloog de anesthesie zal verzorgen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie niet gebleken dat tijdens de preoperatieve screening cliënte hierover is geïnformeerd. Voorts blijkt niet duidelijk uit het anesthesieverslag wie de anesthesioloog is geweest die cliënte in slaap heeft gebracht. Nu de zorgaanbieder de leidraad op dit punt niet heeft nageleefd, zal de commissie dit klachtonderdeel gegrond verklaren.

De commissie begrijpt dat het voor cliënte traumatisch is geweest dat zij bewust het verwijderen van de beademingstube heeft meegemaakt. Echter, zij kan niet tot het oordeel komen dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. In voorkomende gevallen mag een anesthesieassistente, na overleg met de anesthesioloog, deze tube verwijderen indien een anesthesioloog op dat moment niet beschikbaar is vanwege een operatie in één van de andere operatiekamers. De omstandigheid dat de anesthesieassistente met haar rug naar cliënte stond betekent niet, dat zij cliënte niet tijdens de operatie in de gaten heeft gehouden. De anesthesieassistente dient allerlei handelingen te verrichten tijdens een operatie waardoor zij niet continu naar een patiënt kan kijken. Via de monitor en de piepjes van de beademing werd cliënt blijvend bewaakt.

De beademingstube wordt pas verwijderd op het moment dat een patiënt zelfstandig kan ademen. Dit betekent dat de tube pas kan worden verwijderd indien een patiënt bij bewustzijn is. Zou deze tube worden verwijderd terwijl een patiënt niet zelfstandig kan ademen, dan kan dit tot gevolg hebben dat een patiënt geen zuurstof meer krijgt en hierdoor blijvende schade aan zijn organen oploopt. In de regel merkt een patiënt niet dat de tube wordt verwijderd, maar het kan zijn, zoals in het geval van cliënte, dat een patiënt dit wel actief beleeft. Dat betekent echter niet dat de anesthesieassistent daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld. De commissie zal dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

Overigens merkt de commissie op dat het verweerschrift van de zorgaanbieder vrij onvolledig is door het ontbreken van een afzender en de namen van de behandelend artsen. Het verdient aanbeveling dat hier in de toekomst aandacht aan wordt besteed. Ook betreurt de commissie het dat er geen verslag is gemaakt van het bemiddelingsgesprek dat de zorgaanbieder met cliënte heeft gevoerd. Hierdoor is de commissie niet vooraf duidelijk geworden hoe de gang van zaken rondom de operatie is geweest en wat er tijdens dit gesprek met cliënte is besproken.

Nu de klachten van cliënte gedeeltelijk gegrond worden verklaard, dient de zorgaanbieder ingevolge het reglement van de commissie aan cliënte het door haar betaalde klachtengeld te vergoeden.

Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
– verklaart de klacht van cliënte dat zij niet wist dat zij door een waarnemend anesthesioloog in slaap zou worden gebracht gegrond;
– wijst het anders of meer gevorderde af;
– bepaalt dat de zorgaanbieder overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 dient te vergoeden aan cliënte ter zake van het klachtengeld

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer prof. dr. G.J. Scheffer, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 20 december 2023.