Cliënte houdt zich niet aan behandelkader; behandelingsovereenkomst opgezegd

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Beëindiging behandelingsovereenkomst    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 221564/236908

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zorgaanbieder heeft de muziektherapie van de cliënt beëindigd en daarna ook de behandelingsovereenkomst in zijn geheel. De cliënt is het hier niet mee eens. De commissie oordeelt dat de muziektherapie na ruim zes jaar op goede grond beëindigd is, omdat de muziektherapie geen effect meer had en een afhankelijkheidsrelatie was ontstaan met de muziektherapeute, die de ontwikkeling van de cliënt in de weg stond.
Omdat de cliënt en de zorgaanbieder ondanks veel pogingen geen overeenstemming konden bereiken over een nieuw behandelplan, is dat voldoende reden om de behandelingsovereenkomst te beëindigen. De zorgaanbieder heeft hierover uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd en heeft voldoende behandelalternatieven aangeboden.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Altrecht, gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 december 2023 te Utrecht. De cliënt was zelf ter zitting aanwezig.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door mevrouw [naam] (psychiater/directeur Zorg) en mevrouw mr. [naam] (advocaat).

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Klacht van de cliënt
De cliënt is het niet eens met de beëindiging van de muziektherapie die de cliënt al jaren ontving. Volgens de zorgaanbieder was deze beëindiging in het belang van de cliënt, maar dit is niet de ervaring van de cliënt. De cliënt heeft de muziektherapie nodig om energie op te doen om andere zaken aan te kunnen, zoals EMDR-therapie of sociale contacten in haar dagelijks leven.

Daarnaast heeft de zorgaanbieder behandeldoelen en vereisten opgesteld zonder overleg met de cliënt en zonder te luisteren naar haar inbreng. Ook heeft de zorgaanbieder eenzijdig de behandelingsovereenkomst opgezegd, terwijl was afgesproken dat gezamenlijk zou worden gekeken naar continuering van de behandeling. De cliënt voelt zich in de steek gelaten door de zorgaanbieder.

De cliënt verzoekt de commissie de zorgaanbieder op te dragen de muziektherapie en de behandeling te hervatten.

Reactie van de zorgaanbieder
Sinds eind 2013 is de cliënt in ambulante behandeling bij de zorgaanbieder. Vanaf 2015 ontving de cliënt een combinatie van muziektherapie en psychotherapie met als doel het beter leren hanteren van moeilijke gevoelens en spanning en contacten beter aan te kunnen.

Ontvankelijkheid van de cliënt
Allereerst geldt ten aanzien van het verzoek tot voortzetting van de muziektherapie dat de commissie op basis van haar reglement tot taak heeft te beoordelen of klachten tegen een zorgaanbieder gegrond of ongegrond zijn. De commissie kan niet worden verzocht de zorgaanbieder te gebieden de muziektherapie en de behandeling te hervatten. In zoverre kan de cliënt volgens de zorgaanbieder niet worden ontvangen in haar klacht.

Van de zorgaanbieder kan niet worden verwacht dat hij een behandeling, waarvan hij heeft moeten vaststellen dat deze voor de cliënt geen effect (meer) heeft, tegen beter weten in voortzet. Dat handelen, kan niet gekwalificeerd worden als goed hulpverlenerschap in de zin van artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek.

Beëindiging muziektherapie
In tegenstelling tot de cliënt is de zorgaanbieder van mening dat de muziektherapie op goede gronden is beëindigd. De cliënt heeft ruim zes jaar muziektherapie gehad, waarin de cliënt een afhankelijkheidsrelatie met de muziektherapeute ontwikkelde. Dit stond generalisatie van het geleerde door de behandeling in de weg. Ook stagneerde haar behandeling doordat het maximale resultaat van de muziektherapie eruit was gehaald. De muziektherapie had dan ook geen positief effect meer en volgens de zorgaanbieder kon beter worden bewogen naar andere therapievormen. Ondanks vele gesprekken zag de cliënt dit niet in. Alternatieve therapievormen die in het kader van verbreding van de behandeling door de zorgaanbieder werden aangeboden, zoals psychomotorische therapie, wees de cliënt af.

Omdat bij de cliënt een zekere starheid ontstond ten aanzien van de muziektherapie, is besloten om de muziektherapie met nog een jaar te verlengen op voorwaarde van regelmatig contact met de psychiater en de casemanager. Dit contact werd echter door de cliënt afgehouden. Toen hierin geen verandering in op bleek te treden en het advies om de muziektherapie stop te zetten binnen het behandelteam nog steeds breed werd gedragen, is zorgvuldig toegewerkt naar een definitief afscheid. Ondanks dat diverse behandelalternatieven werden aangeboden, heeft de cliënt daarvan geen gebruik willen maken.

De zorgaanbieder concludeert dan ook dat er voldoende reden was de muziektherapie stop te zetten en ook was de besluitvorming daarover alleszins zorgvuldig. De cliënt is uitvoerig in de besluitvorming meegenomen, haar is tijd gegund en de muziektherapie is op een zorgvuldige wijze tot een afronding gekomen.

Beëindiging behandelingsovereenkomst
Volgens de zorgaanbieder bestond er een gewichtige reden om de behandeling te beëindigen en was de besluitvorming daarover zeer zorgvuldig. Na het stopzetten van de muziektherapie kon met de cliënt ondanks vele pogingen niet worden gekomen tot het formuleren van een nieuw adequaat behandelkader. Het behandelkader, zoals besproken in december 2021, werd door de cliënt niet gevolgd en ook kon geen overeenstemming worden bereikt over nieuwe behandeldoelen en een behandelplan. Onder dergelijke omstandigheden is doorgaan met een behandeling niet zinvol en mag dat ook niet van de zorgaanbieder worden verwacht.

In augustus 2022 is met de cliënt besproken dat haar afwijzende houding ertoe zou kunnen leiden dat de behandeling zou worden gestaakt. In november 2022 is met de cliënt gesproken over het stopzetten van de behandeling en de cliënt werd daarna uitgenodigd om een zorgvuldige beëindiging te bespreken, maar cliënt is bij deze gesprekken niet verschenen.

Met de cliënt zijn gedurende de jaren vele gesprekken gevoerd waarin de cliënt, maar ook een onafhankelijke psychiater, een geneesheer-directeur en een multidisciplinair overleg zijn betrokken. Aan de cliënt is vele malen (niet alleen persoonlijk maar ook nog middels een uitvoerige afsluitbrief) aangegeven en daarvoor ook tijdig gewaarschuwd dat en waarom de zorgaanbieder meer medewerking verlangde van de cliënt. De behandelingsovereenkomst is vervolgens op zorgvuldige wijze beëindigd.

Beoordeling van het geschil door de commissie
Ontvankelijkheid
De zorgaanbieder doet een beroep op niet-ontvankelijkheid, nu de commissie niet kan worden verzocht de zorgaanbieder te gebieden de muziektherapie en de behandeling te hervatten. De commissie volgt de zorgaanbieder in deze zienswijze en zal de cliënt dan ook niet-ontvankelijk verklaren waar het betreft haar verzoek de zorgaanbieder op te dragen de muziektherapie en de behandeling te hervatten.

De commissie zal zich dan ook beperken tot de toets of de muziektherapie en de behandelingsovereenkomst op goede gronden zijn beëindigd en of de beëindigingen op zorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden.

De klacht van de cliënt is tweeledig en ziet enerzijds op de beëindiging van de muziektherapie en anderzijds op de beëindiging van de gehele behandelingsovereenkomst. De commissie bespreekt beide klachten hierna afzonderlijk.

Beëindiging muziektherapie
De commissie merkt allereerst op dat muziektherapie geen doel op zichzelf is, maar dat deze vorm van therapie ter ondersteuning wordt ingezet van andere therapievormen. In het onderhavige geschil ontving de cliënt sinds 2015 een combinatie van muziektherapie en psychotherapie met als doel het beter leren hanteren van moeilijke gevoelens en spanning en contacten beter aan te kunnen.

Een medische behandeling moet altijd gerechtvaardigd kunnen worden. Die rechtvaardiging moet liggen in een bepaald belang voor de cliënt. Als een behandeling niet (meer) in het belang is van de cliënt, bijvoorbeeld omdat de behandeling geen effect meer heeft, kan dat een reden zijn om een behandeling te beëindigen.

De zorgaanbieder stelt dat de muziektherapie niet meer in het belang van de cliënt was, nu het maximale resultaat al behaald was. Daarnaast bestond een afhankelijkheidsrelatie tussen de cliënt en de muziektherapeute. Dit stond het generaliseren van het tijdens therapie geleerde en de toepassing daarvan in het dagelijks leven van de cliënt in de weg.

Uit de door partijen aangeleverde stukken is de commissie gebleken hoe uitvoerig en zorgvuldig de zorgaanbieder met de cliënt heeft gecommuniceerd. De zorgaanbieder heeft vele gesprekken gevoerd waarin de afhankelijkheidsrelatie met de muziektherapeute, de gevolgen daarvan en mogelijke behandelalternatieven zijn besproken. De zorgaanbieder heeft de muziektherapie in het belang van de cliënt ook nog een jaar verlengd, onder voorwaarden. Toen de cliënt onvoldoende aan deze voorwaarden voldeed, heeft de zorgaanbieder besloten de muziektherapie te beëindigen. De zorgaanbieder heeft zich naar het oordeel van de commissie meer dan voldoende ingespannen om de cliënt in deze besluitvorming mee te nemen.

De commissie kan dan ook niet tot de conclusie komen dat het besluit tot beëindiging van de muziektherapie niet in het belang van de cliënt was. De zorgaanbieder heeft voldoende onderbouwd waarom de muziektherapie voor de cliënt na 6,5 jaar (mede gezien de ontstane afhankelijkheidsrelatie) niet meer effectief en nuttig was. De zorgaanbieder kon dan ook niet gehouden worden tot voortzetting van deze muziektherapie. In het proces tot beëindiging van de muziektherapie is de zorgaanbieder zeer zorgvuldig met de cliënt in gesprek gegaan en zijn diverse behandelalternatieven aangeboden.

Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Beëindiging behandelingsovereenkomst
Na de beëindiging van de muziektherapie hebben de cliënt en de zorgaanbieder gepoogd overeenstemming te bereiken over een nieuw behandelplan met alternatieve behandelvormen. Eind december 2021 is een nieuw behandelkader besproken met de cliënt, maar de cliënt heeft zich blijkens het dossier in de daaropvolgende maanden niet gehouden aan het behandelkader en meermaals afspraken afgezegd. In augustus 2022 is met de cliënt besproken dat haar afwijzende houding ertoe zou kunnen leiden dat de behandeling wordt gestaakt.

In november 2022 is met de cliënt gesproken over het stopzetten van de behandeling en de cliënt werd daarna uitgenodigd om een zorgvuldige beëindiging te bespreken, maar blijkens het dossier is de cliënt bij deze gesprekken niet verschenen. De eventuele beëindiging van de behandelingsovereenkomst is ook besproken met een onafhankelijk psychiater, een geneesheer-directeur en in een multidisciplinair overleg. Vanwege het ontbreken van overeenstemming met de cliënt over het behandelplan is de behandelingsovereenkomst uiteindelijk beëindigd.

Toetsingskader
De behandelingsovereenkomst zoals gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder is een bijzondere overeenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek. Deze overeenkomst kan niet zomaar beëindigd worden. In artikel 7:460 BW staat het volgende: “De hulpverlener kan, behoudens gewichtige redenen, de behandelingsovereenkomst niet opzeggen”.

Wat wordt verstaan onder “gewichtige redenen” is in de wet niet nader gedefinieerd en in het onderhavige geval is het aan de commissie om te toetsen of hier in het onderhavige geschil sprake van is. Voor de nadere invulling van de open norm “gewichtige redenen” gebruikt de commissie de geldende KNMG-richtlijn “Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst” (hierna: KNMG-richtlijn), waarin recente (tucht)rechtspraak over dit onderwerp is verwerkt.

Uit de KNMG-richtlijn volgen de onderstaande gewichtige redenen die beëindiging van de behandelingsovereenkomst rechtvaardigen:
· Niet naleven van essentiële behandelvoorwaarden of regels van de zorginstelling
· Aanzienlijk belang van de arts of zorginstelling.
· Wijzigen of vervallen van indicatie of aard/omvang hulpvraag wijzigt wezenlijk en gaat de expertise van de zorgaanbieder te buiten
· Zeer onheus of agressief gedrag van de patiënt
· Ernstig conflict met de cliënt of de cliënt wil niet meewerken aan de behandeling
· De cliënt weigert voortdurend de rekening te betalen

De KNMG-richtlijn stelt niet alleen eisen aan de inhoud van de gewichtige reden, maar ook aan de procedure die is gevolgd voordat de behandelingsovereenkomst op grond van een gewichtige reden is opgezegd.

Zorgvuldigheidseisen bij beëindiging
De zorgvuldigheidseisen die voor arts en zorginstelling gelijk zijn, zijn dat de zorginstelling de behandelingsovereenkomst pas mag beëindigen nadat:
· de patiënt herhaaldelijk is gewaarschuwd en onderzocht is of herstel van de relatie mogelijk is;
· de patiënt tijdig mondeling over het besluit is geïnformeerd en dit besluit schriftelijk is bevestigd.
· het aanhouden van een redelijke termijn voordat de overeenkomst daadwerkelijk wordt beëindigd;
· het verlenen van medewerking bij het zoeken naar passende zorg elders;
· het blijven verlenen van de noodzakelijke hulp tot de daadwerkelijke beëindiging.

Gewichtige reden
De zorgaanbieder en de cliënt hebben na de beëindiging van de muziektherapie zeer uitvoerig en vaak met elkaar gesproken over een nieuw behandelplan met mogelijke andere behandelvormen.
Voor de cliënt bleef de beëindiging van de muziektherapie echter onacceptabel. Door de afwijzende houding van de cliënt hieromtrent is geen overeenstemming bereikt over een nieuw behandelplan. Afspraken in het kader van een nieuw behandelkader, zoals in december 2021 tussen partijen afgestemd, werden door de cliënt niet nagekomen. Uit het dossier blijkt dat de cliënt wel degelijk op de hoogte was van het feit dat de zorgaanbieder meer medewerking verlangde van de cliënt en waarom deze medewerking zo belangrijk was.

Nu ondanks uitvoerige inspanningen geen overeenstemming kon worden bereikt over een behandelplan, is de commissie van oordeel dat dit in de onderhavige situatie van voldoende gewicht is om de behandelingsovereenkomst met de cliënt te beëindigen.

Zorgvuldigheidseisen
De zorgvuldigheidseisen, zoals geformuleerd in de KNMG-richtlijn, zijn bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst door de zorgaanbieder in acht genomen. Zo is de cliënt reeds in augustus 2022 gewaarschuwd dat haar afwijzende houding ten opzichte van behandelalternatieven ertoe zou kunnen leiden dat de behandelingsovereenkomst werd beëindigd. Pas in november 2022 is dit geconcretiseerd en is de cliënt uitgenodigd om een zorgvuldige beëindiging van de behandeling te bespreken. Uit het dossier blijkt dat de cliënt voldoende tijd heeft gehad om te wennen aan het besluit en dat gedurende die periode de zorgaanbieder steeds met de cliënt in gesprek bleef over behandelalternatieven. Hierover is echter geen overeenstemming bereikt. De commissie concludeert dat de zorgaanbieder zich voldoende constructief, meedenkend en respectvol heeft opgesteld, ook in de aanloop naar de beëindiging van de behandelingsovereenkomst.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk inzake haar verzoek aan de commissie om de zorgverlener op te dragen de muziektherapie en de behandeling te hervatten.

– verklaart de klachten van de cliënt ongegrond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. D.C. Bouman, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 18 december 2023.