Cliënt klaagt over totstandkoming deskundigenoordeel voor belastbaarheid bij burn-out

  • Home >>
  • UWV >>
De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UWV    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 21267/32931

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt klaagt over de wijze waarop het deskundigenoordeel tot stand is gekomen. De cliënt heeft zware burn-out klachten waardoor hij niet 100% kan werken. Om zijn belastbaarheid onafhankelijk te laten beoordelen heeft hij een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd. De cliënt is het oneens met dit oordeel, aangezien de cliënt hersteld wordt verklaard en niet wordt erkend dat hij overspannen is. De zorgaanbieder geeft aan dat er geen medische reden was om de arbeidsongeschiktheid voort te zetten. Gespannen arbeidsverhoudingen of functioneringsproblemen moeten met de werkgever worden opgelost. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder hoor en wederhoor heeft toegepast en dat bij een deskundigenoordeel sprake is van een momentopname, waarbij alleen wordt gekeken of een cliënt medische problemen heeft. Een meting van de belastbaarheid is hier geen onderdeel van. De verzekeringsarts heeft gehandeld zoals van hem verwacht mag worden. Dat de cliënt met andere verwachtingen het deskundigenoordeel heeft aangevraagd maakt dit niet anders. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

UWV, Sociaal Medische Zaken, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie UWV (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2021 te Utrecht.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

De cliënt werd ter zitting bijgestaan door zijn echtgenote.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door [naam] en [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de wijze waarop het deskundigenoordeel tot stand is gekomen.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Medio juni 2018 is cliënt in een burn-out geraakt. In een periode van een jaar heeft hij driemaal geprobeerd te re-integreren, maar alle drie de pogingen zijn mislukt. Na de derde mislukte re-integratie heeft een bedrijfsarts van [naam arbobedrijf] cliënt per 1 augustus 2019 hersteld voor eigen werk verklaard ondanks het feit dat hij vanwege de burn-out klachten niet 100% kon werken. Om zijn belastbaarheid onafhankelijk te laten beoordelen heeft cliënt op 9 augustus 2019 een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Als onderdeel van het deskundigenoordeel heeft de UWV-verzekeringsarts zijn belastbaarheid onderzocht op 12 september 2019. Op 14 oktober 2019 heeft cliënt de uitslag van het deskundigenoordeel ontvangen, alsmede de verzekeringsgeneeskundige rapportage d.d. 10 oktober 2019. De uitslag van het deskundigenoordeel is door de bedrijfsarts volledig overgenomen bij de bepaling van de belastbaarheid van cliënt. Cliënt kan zich echter niet vinden in de uitslag. Cliënt voelt zich overspannen en opgebrand vanwege de druk van het werk die op hem rust alsmede vanwege de druk die de gezinssituatie op hem legt. Zijn echtgenote is ziek en hulpbehoevend. Deze overbelasting is door de traumatische ervaring op Sardinië (oktober 2018) en de verstoorde, gespannen, arbeidsverhoudingen alleen maar verder toegenomen.

Tijdens het gesprek met de UWV-verzekeringsarts heeft cliënt hem de hele voorgeschiedenis verteld en aan hem ook verklaringen van de door hem geraadpleegde therapeuten overgelegd. De arts toonde daar begrip voor en adviseerde hem om zijn brede inzet voor zijn probleem zo te houden (regelmatig bezoek aan bodystresstherapeut, manueeltherapeut, psycholoog, homeopaat en huisarts) en zeer zeker op korte termijn weer naar de psycholoog te gaan. Aan de hand van een foto uit een nieuwsblad die hij cliënt toonde, concludeerde hij dat cliënt niet depressief was, omdat hij deze foto mooi vond. Hiermee leek de arts het rapport van de psycholoog van tafel te vegen. Aan het einde van het gesprek deelde de arts mee dat hij ook de bedrijfsarts zou benaderen voor zijn visie. Na deze wederhoor zou hij hem bellen. Dit heeft de arts nagelaten. Op 14 oktober 2019 heeft cliënt de uitslag van het deskundigenoordeel ontvangen. Voor cliënt is het onbegrijpelijk dat de arts het standpunt van de bedrijfsarts volledig heeft overgenomen: cliënt is enerzijds overbelast en anderzijds toch volledig belastbaar. Cliënt vraagt zich af hoe deze overbelasting kan overgaan door met de werkgever de mogelijke verstoorde arbeidsrelatie uit te praten via een mediation traject. Op het moment dat zijn burn-out optrad was de arbeidsrelatie niet erg verstoord. Deze raakte juist tijdens de burn-out verstoord. Cliënt heeft van de psycholoog oefeningen gekregen die hij thuis moet doen. Omdat hij van zijn werkgever geen vrije tijd krijgt voor het herstel kan hij deze niet doen.

Cliënt zijn psycholoog heeft aangegeven dat de onderbouwing van de conclusie van de verzekeringsarts volstrekt onjuist is en niet klopt met de door haar op papier gezette diagnose. Het onderzoek van afgelopen zomer in opdracht van de gemeente door een arts bij [onafhankelijke adviesorganisatie] heeft duidelijk laten zien dat cliënt overbelast is. De gemeente heeft de huishoudelijke hulp bijna verdubbeld (wat uniek schijnt te zijn) en geven zowel zijn vrouw als cliënt ieder 2 uur ondersteunende hulp per week.

Cliënt verzoekt de commissie om een herbeoordeling van zijn belastbaarheid te laten plaatsvinden waarbij zijn klachten serieus genomen worden en hij ruimte krijgt voor herstel. Voorts verzoekt cliënt om een door de commissie vast te stellen schadevergoeding. Door de verkeerde beoordeling is cliënt zijn gezondheid verder achteruit gegaan en heeft dit geleid tot veel extra stress op het werk en thuis.

Ter zitting heeft cliënt één en ander toegelicht. Inmiddels is vanwege zijn onmogelijkheid om het werk te hervatten zijn arbeidscontract door zijn werkgever beëindigd.
Cliënt heeft allerlei input voor het deskundigenoordeel aan de verzekeringsarts aangeleverd maar hij heeft hier niets mee gedaan. Cliënt heeft geen vragenlijst hoeven invullen. De verzekeringsarts heeft geen contact opgenomen met de behandelend psycholoog.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt heeft een deskundigenonderzoek aangevraagd. Bij dit onderzoek wordt beoordeeld of er zwaarwegende medische redenen zijn waarom een cliënt niet geschikt is voor zijn werk. Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een deskundigenoordeel.

De verzekeringsarts heeft een oordeel gegeven op de vraag of cliënt op datum van het geschil, 5 augustus 2019, in staat was tot het verrichten van zijn arbeid. Het is voor de arts ten tijde van het spreekuur duidelijk gebleken dat cliënt (mentaal) zwaar belast was op meerdere terreinen. Hij leek overbelast te zijn geraakt door de dubbele belasting van werk en zorg, in combinatie met een veranderende bedrijfscultuur. Er was echter naar het oordeel van de arts geen medische reden om de arbeidsongeschiktheid te continueren. Mogelijke gespannen arbeidsverhoudingen of functioneringsproblemen dienen te worden opgelost via gesprekken met de werkgever c.q. leidinggevende en dienen niet te worden gemedicaliseerd als er geen sprake is van een invaliderende medische stoornis.

Ter zitting heeft de verzekeringsarts toegelicht hoe hij tot zijn oordeel is gekomen. De arts heeft alle door de cliënt overgelegde stukken bij zijn beoordeling betrokken. Tevens heeft de arts telefonisch contact opgenomen met de bedrijfsarts. De arts benadrukt dat een deskundigenoordeel een momentopname is. De deskundige moet oordelen of iemand ziek is of wel in staat is om eigen werk te verrichten. Het beeld dat de psycholoog in zijn rapport schetste kwam niet overeen met de waarneming van de arts op dat moment.

Beoordeling van het geschil
Cliënt heeft de commissie verzocht om een herbeoordeling van zijn belastbaarheid waarbij zijn klachten serieus genomen worden en hij ruimte krijgt voor herstel.

De commissie overweegt dat het reglement van deze commissie het niet toestaat om een deskundigheidsoordeel opnieuw te laten uitvoeren dan wel opnieuw te beoordelen. Wettelijk is vastgelegd dat tegen een deskundigenoordeel geen bezwaar mogelijk is. Cliënt is dan ook niet ontvankelijk in zijn verzoek tot een herbeoordeling.

Wel kan de commissie een oordeel geven over de wijze waarop een verzekeringsarts tot een deskundigenoordeel is gekomen. Daarbij is de vraag aan de orde of de verzekeringsarts in de procedure die tot het deskundigenoordeel heeft geleid, heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend verzekeringsarts in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld.

De commissie heeft vastgesteld op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting dat cliënt bij de zorgaanbieder een deskundigenoordeel heeft aangevraagd in de veronderstelling dat een verzekeringsarts in een deskundigenoordeel zou vaststellen in hoeverre cliënt door de werkgever kon worden belast met werkzaamheden met inachtneming van de zware burn-out klachten waarmee hij kampte, een meting van de belastbaarheid.
Ter zitting heeft de verzekeringsarts gesteld dat hij cliënt in het gesprek heeft voorgehouden dat bij een deskundigenoordeel sprake is van een momentopname waarbij alleen gekeken wordt of een cliënt ziek is dan wel of er zware medische redenen aanwezig zijn op basis waarvan een cliënt zijn werk niet kan verrichten. Een meting van de belastbaarheid is geen onderdeel van het oordeel.

De commissie heeft vastgesteld dat de verzekeringsarts hoor- en wederhoor heeft toegepast: De verzekeringsarts heeft bij zijn oordeel zowel het standpunt van de cliënt als dat van de bedrijfsarts betrokken alsmede de door cliënt aangeleverde rapporten van hulpverleners, die hij in verband met zijn burn-out heeft geraadpleegd. De suggestie van cliënt, dat de verzekeringsarts niet onpartijdig naar zijn zaak hebben gekeken, heeft de verzekeringsarts nadrukkelijk betwist. De verzekeringsarts heeft aangegeven niet met de werkgever van cliënt gesproken te hebben. Hij heeft een eigenstandig oordeel gegeven.

De commissie is alles overziende van oordeel dat de verzekeringsarts heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend verzekeringsarts. Dat cliënt met geheel andere verwachtingen het deskundigenoordeel heeft aangevraagd maakt dit niet anders. Zij verklaart de klacht ongegrond.

Voor aanspraak op een schadevergoeding is ten minste vereist dat de verzekeringsarts in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de procedure rond het deskundigenoordeel. Van een toerekenbare tekortkoming is hier echter geen sprake, zodat de cliënt geen aanspraak kan maken op een schadevergoeding. De commissie wijst de vordering van cliënt af.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart cliënt niet ontvankelijk in zijn verzoek om een herbeoordeling van zijn belastbaarheid, wijst de overige klachten van de cliënt niet gegrond en wijst zijn vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UWV, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw drs. A.M. Blaauw – Hoeksma, mevrouw J. Laval, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 16 april 2021.