Cliënt heeft geen belang meer heeft bij een beoordeling van zijn klacht over de keuring door een GGD-arts, omdat de gemeentelijke dienst de gevraagde voorziening inmiddels heeft toegekend. Dat de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder tijdens de klachtenprocedure ook contact heeft gehad met een medisch adviseur die op de afdeling van de GGD-arts werkt, is niet onzorgvuldig

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Publieke Gezondheid    Categorie: Keuring    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 120377

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te [plaats], gemachtigde: [naam], en GGD Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
(verder te noemen: de zorgaanbieder), gemachtigde: [naam].

Behandeling van het geschil
 
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Publieke Gezondheid (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 20 december 2018 te Rotterdam. Cliënt werd ter zitting bijgestaan door zijn gemachtigde, [naam]. De zorgaanbieder werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam], interim manager afdeling sociaal medische zorg, [naam], plaatsvervangend directeur van de GGD en manager openbare geestelijke gezondheidszorg en bijgestaan door [naam gemachtigde].
Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de medische keuring in verband met de aanvraag van een elektrische rolstoel.

Standpunt van de cliënt

Het standpunt van de cliënt, zoals vermeld in het vragenformulier met bijlagen, dat de commissie op 3 oktober 2018 heeft ontvangen, waarnaar de commissie kortheidshalve verwijst, luidt in hoofdzaak als volgt.

Klacht 1
Cliënt stelt zich op het standpunt dat het medisch advies dat door de zorgaanbieder is uitgebracht met betrekking tot de aanvraag van een elektrische rolstoel ondeugdelijk is daar de keuring niet zorgvuldig is uitgevoerd en de zorgaanbieder niet alle relevante medische gegevens in haar advies heeft betrokken. Hij verwijt de GGD-arts ondeskundigheid en een onprofessionele houding ten opzichte van hem.
 
Klacht 2
Cliënt is niet tevreden over de wijze waarop zijn klacht door de zorgaanbieder is behandeld. Hij stelt dat er geen sprake is geweest van een onafhankelijke klachtenprocedure.

Cliënt vordert:
1. een nieuwe medische keuring bij een onafhankelijk bureau op kosten van de zorgaanbieder;
2. het medisch advies ongeldig te verklaren;
3. dat de arts op zijn gedrag wordt aangesproken;
4. vergoeding van alle gemaakte kosten van cliënt voor het inschakelen van de rechtsbijstand en uitzoekwerk, een bedrag van € 150,–.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie kortheidshalve naar de brief met bijlagen van 22 november 2018.

De zorgaanbieder heeft de commissie verzocht de klachten van cliënt niet gegrond te verklaren. Gezien de totstandkoming van het medisch advies, zoals ook is vastgesteld in de klachtprocedure van de GGD, is er geen aanleiding voor een herkeuring, laat staan dat de zorgaanbieder daarvoor de kosten zou moeten dragen. De GGD-arts heeft alle medische stukken in zijn beoordeling betrokken en ook anderszins is geen sprake van een ondeugdelijk tot stand gekomen advies.
De klacht van cliënt is in overeenstemming met de interne klachtenprocedure behandeld door de klachtenfunctionaris in samenspraak met een senior medisch staf adviseur van de productgroep Openbare (Geestelijke) Gezondheidszorg. De klachtenfunctionaris heeft diverse malen contact gehad met cliënt en de interne procedure toegelicht. Van een ondeugdelijke afhandeling van de klacht is geen sprake geweest.

Beoordeling van het geschil

Klacht 1
De commissie is van oordeel dat cliënt niet in de klacht kan worden ontvangen.

Ter zitting is door de commissie het volgende vastgesteld. De klacht betreft een sociaal-medisch advies van een arts van de afdeling Sociaal Medische Zorg (SMZ); dit is onderdeel van de Openbare (Geestelijke) Gezondheidszorg van de GGD. Dit advies is ingeroepen door de gemeente Den Haag in het kader van een aanvraag voor een verplaats- en/of vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Cliënt had in dat kader bij die gemeente een elektrische rolstoel aangevraagd. De door de GGD ingeschakelde arts heeft geconcludeerd dat hem niet is gebleken van een noodzaak voor het verstrekken van de gevraagde voorziening.

Cliënt stelt zich niet kunnen verenigen met het advies. Zijn vorderingen strekken er toe dat er alsnog tot toekenning van de gevraagde voorziening wordt geadviseerd.

Nog daargelaten dat de commissie een klacht na een – zo nodig een medisch inhoudelijke – beoordeling, uitsluitend gegrond of ongegrond kan verklaren en zich niet kan uitlaten in de door cliënt onder 1 en 2 gevorderde zin (herkeuring en ongeldigverklaring), is ter zitting gebleken dat cliënt geen, althans geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij een beoordeling van zijn klacht, nu de gemeentelijke dienst de gevraagde voorziening inmiddels aan cliënt heeft toegekend.

Ingevolge het bepaalde in artikel 5, lid 1, sub e, van het reglement van de commissie verklaart de commissie de cliënt in zijn klacht ambtshalve niet-ontvankelijk aangezien hij naar het oordeel van de commissie thans geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie.

Klacht 2
Cliënt heeft gesteld dat er geen sprake is geweest van een onafhankelijke klachtenprocedure.
De beoordeling van de klacht is gedaan door een medisch adviseur werkzaam op dezelfde afdeling als de GGD-arts tegen wie de klacht is gericht.

De commissie is niet gebleken dat de zorgaanbieder in deze onzorgvuldig heeft gehandeld. Uit de stukken is genoegzaam komen vast te staan dat de klacht door de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder in behandeling is genomen en dat de klachtenfunctionaris meermalen contact met cliënt heeft gehad om tot een oplossing te geraken als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dat daarbij ook een medisch adviseur is betrokken die op de afdeling van de GGD-arts werkt,  leidt niet tot een ander oordeel. De commissie verklaart deze klacht dan ook ongegrond.

Schadevergoeding
Voor aanspraak op schadevergoeding is ten minste vereist dat de zorgaanbieder in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Van een toerekenbare tekortkoming is hier echter geen sprake. De commissie wijst het verzoek om schadevergoeding dan ook af.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht behoeft naar het oordeel van de commissie geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

I. verklaart cliënt niet-ontvankelijk in de klacht onder 1;

II. verklaart de klacht onder 2 (klachtenprocedure) ongegrond;

III. wijst de vordering tot schadevergoeding af;

IV. wijst het meer of anders door partijen verlangde af.

Aldus beslist op 20 december 2018 door De Geschillencommissie Publieke Gezondheid bestaande uit mevrouw mr. C.M.E. van der Hoeven, voorzitter, de heer drs. Th.N.J. van Rijmenam en
de heer mr. P.C. de Klerk leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, plaatsvervangend secretaris.