Behandelrelatie ernstig verstoord, zorgaanbieder doet melding van stalking door cliënte

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Psychische en Pedagogische Zorg    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 52720/75922

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte klaagt over verschillende onderdelen, maar de klacht gaat vooral over de communicatie en bejegening door de zorgaanbieder. Volgens de cliënte is er een disproportionele maatregel genomen door de zorgaanbieder door na een half jaar zonder waarschuwing melding van stalking te doen bij de politie. De cliënte wil dat deze melding wordt ingetrokken. De zorgaanbieder heeft als privé persoon bij de politie melding gedaan van stalking en niet in zijn hoedanigheid als psycholoog. De cliënte heeft inbreuk gemaakt in zijn privésfeer. Ondanks meerdere waarschuwingen om te stoppen met de zorgaanbieder te contacten, is de cliënte de zorgaanbieder, ook na deze melding, blijven lastigvallen in zijn persoonlijke levenssfeer. De zorgaanbieder geeft aan niet op de hoogte te zijn geweest dat de cliënte bepaalde gevoelens voor hem heeft ontwikkeld. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de cliënte ondanks diverse waarschuwingen om hiermee te stoppen is door blijven gaan in het verzenden van e-mails, telefonische berichten en huisbezoek aan hem. De commissie stelt vast dat het gedrag van cliënte grensoverschrijdend is geweest, mede gezien de meerdere waarschuwingen om dat gedrag te staken. De commissie verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënte], wonende te [woonplaats]

en

[Naam zorgaanbieder], gevestigd te Amsterdam.

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Psychische en Pedagogische Zorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juli 2021 te Den Haag.

Partijen hebben vooraf de commissie geïnformeerd dat zij niet aanwezig zouden zijn ter zitting. Zij zijn dan ook niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de samenwerking en bejegening van meerdere therapeuten in de praktijk jegens cliënte.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënte is een gezonde, intelligente vrouw en heeft altijd goed gefunctioneerd totdat bij haar als gevolg van een oud trauma ptss werd geconstateerd. Na EMDR-therapie is zij doorverwezen naar gespecialiseerde GGZ voor verdere behandeling van ptss binnen dezelfde praktijk.

Een groot deel van de klacht gaat over communicatie en bejegening: geen openheid, verwarrende signalen, geen antwoord op vragen en dreigende communicatie. Het lijkt voor cliënte erop dat het voorkomen van reputatieschade boven haar welzijn is gesteld. De kern van de klacht is dat er een disproportionele maatregel is genomen door na een half jaar zonder waarschuwing melding bij de politie te doen. Cliënte wil dat deze melding wordt ingetrokken en zij heeft daartoe de behandelaar een voorstel tot schikking gedaan.

Tijdens de therapie was er verwarrende (non)verbale communicatie die zij in eerste instantie onder de noemer menselijke natuur naast haar neer heeft gelegd, maar zeker niet thuishoort in een therapeutische omgeving. Daarnaast werd de interactie niet besproken en haar vragen over de interactie niet beantwoord. Dit zou dit niet passen bij een kortdurende therapie. De enige opmerkingen daarover zijn geweest: “dat het soms moeilijk is te bepalen of iets van jou of van mij is” en dat het “iets met stoffen in de hersenen” te maken had. Cliënt en de zorgaanbieder hebben nooit echt geëvalueerd, dus heeft zij een email gestuurd waarin zij een deel van haar problemen met de interactie heeft gedeeld. Daar heeft zij geen reactie op gehad maar dat veranderde toen de zorgaanbieder na twee sessies met de therapeut voorgesteld werd als haar overbruggingscontact tijdens de vakantie. Cliënte heeft gezien de voorgeschiedenis geen gebruik durven maken van het overbruggingscontact in een voor haar zeer kwetsbare en labiele periode. Beide therapeuten wisten dat zij het heel moeilijk had die periode en moeite had om in een voldoende volwassen bewustzijn te functioneren. Ze hadden kunnen weten dat het mogelijk niet goed met haar zou gaan tijdens de overbruggingsperiode, ondanks dat zij zelf in de e-mails stelde dat het wel goed kwam. Zij had nog geen veilig contact met de nieuwe therapeut en ook geen veilig overbruggingscontact en daar is het fout gegaan en is zij in die periode in de war geraakt.

Zij heeft e-mails met vragen over de intenties van de zorgaanbieder gestuurd waar zij geen antwoord op kreeg, waardoor zij uiteindelijk per email heeft gedreigd zijn Kamer van Koophandel adres op te zoeken. Dat heeft zij ook één keer gedaan (geen contact gehad, alleen via intercom met andere mensen) en heeft daarna één keer gebeld met een zakelijk telefoonnummer (staat in de telefoongids onder de praktijknaam) om haar excuses aan te bieden en één bericht gestuurd. Daarop heeft zij een email ontvangen dat zij er rekening mee moest houden dat de zorgaanbieder niet op haar berichten zou reageren, dat hij anders zou overwegen maatregelen te nemen en dat zij haar vragen aan de nieuwe therapeut moest stellen. Verder heeft zij nooit een reactie of waarschuwing ontvangen. Zij heeft toen toch nog een email gestuurd met de vraag naar duidelijkheid over de intenties van de zorgaanbieder en dat alles wat haar betreft menselijk en acceptabel is, maar dat zij wel antwoord op haar vragen wilde hebben en dat het haar niet duidelijk was of hij privé geïnteresseerd was in haar. Nog los van zijn eigen rol in het gebeuren had de zorgaanbieder op basis van haar vragen en communicatie of het gesprek moeten aangaan of het overbruggingscontact moeten weigeren.

Omdat zij veel last had van de ontstane situatie en nog steeds behoefte had aan een evaluatie om de situatie uit te praten heeft zij een evaluatie aangevraagd via de nieuwe therapeut en het secretariaat. Van het secretariaat en later van de nieuwe therapeut heeft zij te horen gekregen dat de zorgaanbieder geen evaluatie wilde. Cliënte is daarna gestopt met therapie. Om alles achter haar te laten wilde zij het dossier laten vernietigen maar zij kreeg op die vraag ook geen antwoord.

Doordat zij aan haar lot werd overgelaten veroorzaakte deze situatie een tweede moeilijke periode. Zij was bang geworden om de zorgaanbieder ergens tegen te komen en heeft hem toen weer gemaild met de mededeling dat zij deze situatie echt opgelost wilde hebben. Deze email was blijkbaar voldoende reden voor hem om zonder waarschuwing melding bij de politie te doen. In plaats van dat met haar werd gesproken over wat haar is overkomen tijdens therapie, moest zij nu zichzelf verantwoorden. Als er veel eerder een reactie was geweest en/of het overbruggingscontact niet was geaccepteerd, dan was er aan haar kant helemaal niets geks gebeurd. Voor cliënte ligt deze melding extra gevoelig: er ligt privéinformatie over haar bij de politie (en zij weet niet eens welke informatie precies), zij werkt regelmatig voor de politie en het valt onder de noemer zedendelict (wat zij heel erg vindt). Zij is inmiddels in het dagelijks leven diverse keren geconfronteerd met het bestaan van deze melding (o.a bij aanvragen verzekeringen en zelf geen melding meer ergens van durven doen) en zij durft zich niet meer vrij te bewegen uit angst hem tegen te komen. Zij wil deze melding ook absoluut ingetrokken hebben.

Samenvatting klachtonderdelen:
1. Disproportionele maatregel in de vorm van een melding bij politie zonder waarschuwing;
2. Communicatie en bejegening tijdens de therapie: geen openheid, verwarrende signalen en geen antwoord op vragen (over interactie, vraag om evaluatie, vernietigen dossier en klachtenprocedure);
3. Accepteren overbruggingscontact terwijl problemen met interactie bekend waren (vraag om evaluatie bleef onbeantwoord), daardoor geen veilige therapeut beschikbaar in labiele periode;
4. Dreigende communicatie tweede therapeut waardoor cliënte geen veilige therapeut meer had en aan haar lot is overgelaten;
5. Niet zorgvuldige behandeling van het medisch dossier: eerste medisch dossier is onbeveiligd verstuurd en het tweede dossier is niet op orde (fragmentarisch en er ontbreekt belangrijke informatie: onder andere over onveiligheid met betrekking tot de ontstane situatie). Verder weet cliënte nog steeds niet of haar volledige dossier inclusief correspondentie aan de praktijk en therapeuten is vernietigd. Alleen mevrouw N heeft op dit punt gereageerd en aangegeven dat dossier en e-mails bij haar zijn vernietigd;
6. Onzorgvuldige doorverwijzing: doorwezen naar een collega binnen dezelfde organisatie terwijl men had kunnen weten dat dit problemen zou gaan opleveren.

Gevolgen:
– het negeren en het geen antwoord op vragen krijgen heeft geleid tot grote verwarring in een toch al kwetsbare periode;
– geen veilige therapeut meer en probleem met vertrouwen in hulpverlening;
– machteloos, onveilig en angstig blijven voelen;
– de situatie heeft veel onnodige tijd en energie gekost die cliënte niet aan andere dingen heeft kunnen besteden (zoals verder herstel en werk);
– bij intake afgewezen voor groepstherapie, omdat er een probleem was ontstaan met vertrouwen in hulpverlening;
– nieuwe therapeut moeten zoeken voor verwerking van de situatie en om vertrouwen in hulpverlening weer te herstellen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ontvankelijkheid:
De zorgaanbieder heeft als privé persoon bij de politie melding gedaan van stalking en niet in zijn hoedanigheid als psycholoog. Cliënte heeft inbreuk gemaakt in zijn privé sfeer. Deze klachtenprocedure leent zich niet voor situaties die zich in de persoonlijke sfeer afspelen.

Cliënte heeft op 16 maart 2020 verzocht haar inhoudelijke dossier te laten vernietigen. Zij heeft ter verwijdering van haar dossier een verklaring ondertekend waarin wordt vermeld dat [naam psychologen praktijk] het niet verstandig acht om medische gegevens te vernietigen en ervan uit gaat dat er geen gerechtelijke procedures of andersoortige procedures tegen [naam psychologen praktijk] aanhangig gemaakt zullen worden. Daarnaast heeft cliënte door ondertekening van deze verklaring kennis genomen van de bovenstaande toelichting over de verwijdering van haar patiëntgegevens. Ook heeft zij door het ondertekenen van de verklaring het gezondheidsrisico dat hiervan mogelijk het gevolg is geaccepteerd. Deze verklaring kan gezien worden als finale kwijting en als gevolg hiervan heeft cliënte geaccepteerd afstand te doen van het indienen van verdere klachten of procedures. Tot slot heeft zij op 10 maart 2020 schriftelijk bevestigd dat zij geen klacht zou indienen gezien de vernietiging van het dossier.

De zorgaanbieder is dan ook van oordeel dat de klachten niet ontvankelijk dienen te worden.

Inhoudelijk

1. Disproportionele maatregel:
Ondanks meerdere waarschuwingen om te stoppen met de zorgaanbieder te contacten, is cliënte de zorgaanbieder, ook na deze melding, blijven lastig vallen in zijn persoonlijke levenssfeer.
2. Communicatie en bejegening tijdens de therapie:
De zorgaanbieder betwist de stelling van cliënte en stelt dat hij als behandelaar in de communicatie, bejegening en samenwerking niet is tekortgeschoten en zich te allen tijde aan de beroepscode gehouden te hebben. Cliënte heeft tijdens de therapie niet laten blijken dat zij bepaalde gevoelens voor de zorgaanbieder aan het ontwikkelen was en hij heeft haar hier ten tijde van de behandeling dus ook niet bij kunnen helpen. Haar e-mails laten zien dat zij degene is die gevoelens is gaan ontwikkelen voor de zorgaanbieder als haar behandelaar en deze gevoelens na de behandeling – op een vervelende manier – heeft geuit.
3. Overbruggingscontact:
Cliënte stelt dat er een overbruggingscontact is geaccepteerd terwijl er problemen met interactie bekend waren en daardoor geen veilige therapeut beschikbaar was in een labiele periode. Dit is niet juist. Haar gevoelens waren de zorgaanbieder als behandelaar ten tijde van het overbruggingscontact niet bekend aangezien zij deze niet had geuit.
4. Dreigende communicatie tweede therapeut:
Deze klacht ziet niet op de zorgaanbieder.
5. Niet zorgvuldige behandeling dossier:
Het dossier is door de praktijk verstuurd. Zij heeft een bevestiging van de praktijk ontvangen dat de zorgaanbieder haar volledige inhoudelijke dossier heeft verwijderd. De emailcorrespondentie die geen betrekking heeft op de inhoudelijke behandeling van cliënte is geen onderdeel van haar dossier en de e-mails betreffende de stalking zijn dan ook niet verwijderd. Dit bewijsmateriaal is aan de politie op verzoek overlegd.
6. Onzorgvuldige doorverwijzing:
De doorverwijzing heeft plaatsgevonden volgens de daarvoor geldende procedures. Cliënte heeft de keuze tot doorverwijzing naar deze therapeut zelf gemaakt na het bespreken van de opties.

De zorgaanbieder verzoekt de klachten deels niet-ontvankelijk te verklaren en mocht de commissie dit verweer niet volgen dan verzoekt de zorgaanbieder inhoudelijk de klachtonderdelen ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Ontvankelijkheid:
De zorgaanbieder heeft de commissie verzocht om cliënte niet ontvankelijk te verklaren in deze klacht nu de klacht is gericht tegen een melding die de zorgaanbieder heeft gedaan als privé persoon en niet in zijn hoedanigheid als zorgaanbieder. Daarnaast zou cliënte door ondertekening van een verklaring voor het vernietigen van het dossier hebben afgezien van het aanhangig maken van een geschillenprocedure.

De commissie wijst dit verzoek tot niet-ontvankelijkheid af.
Naar het oordeel van de commissie is, gezien de overgelegde stukken, voldoende komen vast te staan dat cliënte ’s klacht zich in eerste aanleg richt op gebrek aan communicatie tussen de zorgaanbieder en klaagster. Naar het oordeel van de commissie bestaat er tussen zorgaanbieder en cliënte geen privé verhouding. Dat de zorgaanbieder vanwege de aanhoudende berichten en telefoontjes van klaagster uiteindelijk de melding bij de politie doet als privépersoon, doet hieraan niet af.

De verklaring die cliënte voorafgaand aan het vernietigen van het medisch dossier heeft ondertekend heeft allereerst betrekking op de gevolgen die het vernietigen van de medische gegevens met zich kunnen meebrengen voor eventuele behandelingen elders. Dit is een te respecteren gedraging van de zorgaanbieder. Echter het doen laten vernietigen van een medisch dossier door de zorgaanbieder op verzoek van een cliënt is een recht van laatstgenoemde. Dat de zorgaanbieder aan het vernietigen voorwaarden verbindt zoals zij in deze casus heeft gedaan, het ontnemen van het recht tot het instellen van een klacht, gaat daarbij te ver. In zoverre is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder op onjuiste gronden klaagster heeft bewogen tot het afzien van haar wettelijke klachtrecht. Dat de zorgaanbieder door het vernietigen van het medisch dossier op achterstand wordt gesteld indien alsnog een klacht wordt ingediend is op zich juist. Echter uit de wet blijkt dat in zo’n situatie bij een eventuele bewijslastverdeling een aanpassing plaatsvindt.
Het verzoek wordt afgewezen.

Inhoudelijk.
De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder tekort is geschoten in het nakomen van de zorgovereenkomst met cliënte.

Op grond van de zorgovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

Cliënte heeft de volgende klachten aan de commissie voorgelegd:

1. Disproportionele maatregel in de vorm van melding bij politie zonder waarschuwing.
De commissie overweegt dat, gezien de door partijen overgelegde stukken zowel inhoudelijk als de frequentie van de berichten en telefoongesprekken ook in samenhang beschouwd, de melding gedaan door de zorgaanbieder bij de politie niet disproportioneel is. De zorgaanbieder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat cliënte ondanks diverse waarschuwingen om hiermee te stoppen is door blijven gaan in het verzenden van e-mails, telefonische berichten en huisbezoek aan hem. De commissie stelt vast dat het gedrag van cliënte grensoverschrijdend is geweest, mede gezien de meerdere waarschuwingen om dat gedrag te staken. Dat sprake zou zijn dat de zorgaanbieder gevoelens voor klaagster zou hebben geuit is in het geheel niet gebleken. Naar het oordeel van de commissie heeft de zorgverlener juist gehandeld door ook omtrent deze situatie met zijn collega’s overleg te hebben.
Het klachtonderdeel wordt door de commissie ongegrond verklaard.

2. Communicatie en bejegening tijdens de therapie: geen openheid, verwarrende signalen en geen antwoord op vragen (over interactie, vraag om evaluatie, vernietigen dossier en klachtenprocedure).
Nu het medisch dossier op verzoek van klaagster is vernietigd voordat zij haar klachten bij de Geschillencommissie heeft ingediend zal de commissie bij gebrek aan nadere onderbouwing van de zijde van cliënte, dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

3. Accepteren overbruggingscontact terwijl problemen met interactie bekend waren (vraag om evaluatie bleef onbeantwoord), daardoor geen veilige therapeut beschikbaar in labiele periode.
Uit de overgelegde stukken maakt de commissie op dat cliënte het overbruggingscontact met de zorgaanbieder in eerste instantie zelf heeft geweigerd. Dat zij uiteindelijk wel gebruik heeft gemaakt van het contact kan aan de zorgaanbieder niet worden tegengeworpen.
De commissie overweegt hierbij ook het volgende. De cliënte heeft zelf het standpunt ingenomen dat zij omtrent enige gevoelens van en naar de zorgaanbieder nooit eerder iets heeft gezegd of zelfs niets heeft waargenomen tijdens de behandelrelatie met de zorgaanbieder. Nu het voor de commissie zonneklaar is dat van de zijde van de zorgaanbieder hier evenmin sprake van was, kan het de zorgaanbieder niet worden tegengeworpen dat hij vanwege die mogelijke gevoelens een overbruggingscontact heeft geaccepteerd nadat de behandelrelatie was beëindigd.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

4. Dreigende communicatie tweede therapeut waardoor cliënte geen veilige therapeut meer had en aan haar lot is overgelaten.
De commissie heeft vastgesteld dat de cliënte inmiddels een andere therapeut heeft die haar begeleidt en helpt. Mogelijke onjuiste gedragingen van die therapeut kunnen onder de gegeven omstandigheden niet aan deze zorgaanbieder worden verweten.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

5. Niet zorgvuldige behandeling dossier: eerste dossier is onbeveiligd verstuurd en het tweede dossier is niet op orde, en niet duidelijk of haar volledige dossier inclusief correspondentie aan de praktijk en therapeuten is vernietigd.
Cliënte heeft gesteld dat het tweede dossier niet op orde is maar dit verder niet nader onderbouwd. Vanwege het ontbreken van het medisch dossier kan de commissie hierover geen oordeel geven. De zorgaanbieder heeft aangegeven dat het dossier is vernietigd. De commissie heeft op grond van de stukken waarover de commissie beschikt geen reden om aan te nemen dat de vernietiging niet heeft plaatsgevonden. Daarbij merkt de commissie op dat de correspondentie, die cliënte later aan de zorgaanbieder heeft gestuurd, geen onderdeel uitmaakt van het medisch dossier. Om die reden hoeft deze correspondentie ook niet te worden vernietigd, te meer daar deze het bewijsmateriaal vormt voor de onderhavige melding bij de politie van stalking.
De commissie verklaart dit klachtonderdeel wegens onvoldoende onderbouwing ongegrond.

6. Onzorgvuldige doorverwijzing: doorwezen naar een collega binnen dezelfde organisatie terwijl men had kunnen weten dat dit problemen zou gaan opleveren.
De commissie heeft uit de stukken opgemaakt dat de cliënte zelf de keuze heeft gemaakt voor een verwijzing naar een andere therapeut binnen de organisatie en pas nadat met haar alle mogelijke opties waren besproken. Onder deze omstandigheid komt de commissie tot het oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is.

Alles overziende is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelende hulpverlener in dezelfde situatie. De klachtonderdelen zijn niet gegrond en de vordering wordt daarom afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie

– verklaart cliënte ontvankelijk is haar klachten;
– verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond;
– wijst het gevorderde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Psychische en Pedagogische Zorg, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw J.B.A. Bos, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 23 juli 2021.