Artsen hebben zorgvuldig gehandeld

De Geschillencommissie Zorg
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Schade    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 186894/198773

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Cliënte is door de zorgaanbieder behandeld vanwege een plek op haar neus. Cliënte verwijt de arts onzorgvuldigheid, alsmede het niet serieus nemen van haar klachten. De door de arts gekozen behandeling is naar het oordeel van de commissie verdedigbaar. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam] wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: cliënte)

en

Stichting Flevoziekenhuis, gevestigd te Almere
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 5 april 2023 te Utrecht.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht.
Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd [naam], dermatoloog, [naam], dermatoloog i.o., en [naam], jurist.

Onderwerp van het geschil
Het geschil ziet op een medische behandeling in het gelaat en bejegening.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit standpunt op het volgende neer.

Cliënte is door de zorgaanbieder behandeld vanwege een plek op haar neus. Zij verwijt de behandelend dermatoloog dat deze haar niet goed heeft behandeld. Haar huisarts heeft haar doorverwezen naar de dermatoloog voor het weghalen van een cyste. De dermatoloog heeft haar niet goed behandeld. De cyste die zij op haar neus had is door de behandelend arts niet gezien. Zij heeft het medicijn minocycline voorgeschreven gekregen, waarvan zij, ondanks dat zij dit middel niet meer gebruikt, nog steeds bijwerkingen ondervindt. Pas drie jaar later is de cyste alsnog door een plastisch chirurg operatief verwijderd. Omdat de cyste pas op een veel later tijdstip is gezien en verwijderd heeft cliënte een enorm litteken op haar neus gekregen. Bovendien heeft de medicatie verergering van het litteken veroorzaakt en nog meer sporen in haar gezicht achtergelaten.

Cliënte heeft de behandelend arts gevraagd om informatie, wat zij moet doen om de oneffenheden in haar gezicht te verhelpen, maar zij heeft de arts niet kunnen spreken. Zij werd direct verwezen naar de klachtenfunctionaris, die vervolgens haar klachten heeft afgewezen. Het blijkt nu onmogelijk om met het ziekenhuis in contact te komen. Cliënte voelt zich door de behandelend arts niet serieus genomen.

Vanwege de misvormingen in haar gezicht en de voortdurende bijwerking van de medicatie waardoor zij vaak naar de wc moet, vordert cliënte van de zorgaanbieder een schadevergoeding van € 25.000,–.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder is na bestudering van het medisch dossier en nadere toelichting van de behandelend artsen van mening dat er geen sprake is geweest van een toerekenbare tekortkoming in de kwaliteit van zorg. Cliënte is sinds 2016 bij de dermatologie bekend met huidafwijkingen op de neus, die door chronische manipulatie van cliënte zélf in stand worden gehouden.

Op 27 januari 2020 is cliënte tijdens een consult door de behandelend arts gewezen op de noodzaak om te stoppen met krabben en manipuleren van de huid. Ook is haar gewezen op het belang om te stoppen met roken. Omdat naast de problematiek als gevolg van het manipuleren van de huid ook acné een rol speelde, is antibioticum (Minocycline) voorgeschreven. Het bij de gestelde diagnose voorschrijven van antibiotica kan niet als een toerekenbare tekortkoming in de kwaliteit van zorg worden gezien.

Bij brief van 4 augustus 2022 is de aansprakelijkstelling door de zorgaanbieder afgewezen. In de melding van 31 augustus 2022 herhaalt cliënte dat sprake is van een verkeerde diagnose, een verkeerde behandeling en de ontstane bijwerkingen van de Minocyline. Cliënte stelt in de melding dat de verwijzing naar de plastische chirurgie zodanig was opgesteld dat de plastisch chirurg, zonder te kijken naar haar neus, haar direct heeft doorverwezen naar de schoonheidsspecialiste. In de doorverwijzing, die op verzoek van cliënte zélf was, is de reden van doorverwijzing benoemd: “verwijzing plastisch chirurg voor uitsluiten operatie-indicatie”. De plastisch chirurg heeft cliënte op 1 maart 2021 persoonlijk onderzocht en heeft geen indicatie voor operatief ingrijpen vastgesteld. Op 25 oktober 2021 heeft cliënte het vertrouwen in de behandelaren bij de poli Dermatologie opgezegd, hetgeen door de Dermatologie dezelfde datum aan de huisarts is bevestigd. Vanaf die datum is cliënte geen patiënt meer.

Cliënte is, ruim een jaar nadat zij de behandeling bij de afdeling dermatologie is beëindigd, door de plastisch chirurg, [naam], behandeld. Desgevraagd heeft [naam plastisch chirurg] aan de klachtenfunctionaris de volgende toelichting gegeven: “Zij is ook bij mij bekend en ik heb een restlitteken, mogelijk na eerdere ontsteking op de neus geëxcideerd. Ik heb haar verteld dat een cyste puur een zakje gevuld met vocht is, een ontsteking kan dit ook geven. Is voor mij niet een andere diagnose dan de eerder door jullie gestelde diagnose”.

De zorgaanbieder verzoekt de klachten ongegrond te verklaren en de vordering af te wijzen.

Beoordeling van het geschil
Cliënte stelt de zorgaanbieder aansprakelijk voor de door haar geleden fysieke en psychische schade als gevolg van een verkeerde diagnose en behandeling. Ten onrechte zou niet de diagnose van de aanwezigheid van een cyste op haar neus zijn gesteld. Nu deze cyste pas jaren later is verwijderd, is er een groot donker litteken op haar neus ontstaan. Het voorgeschreven antibioticum (Minocycline) heeft het genoemde litteken vergroot.

Voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder is vereist dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder, dan wel ieder die werd ingeschakeld bij de uitvoering van de voor de zorgaanbieder uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting, is tekortgeschoten in de uitvoering van die verplichting. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten (toerekenbare tekortkoming) en de cliënt moet daarvan nadeel hebben ondervonden.

Op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW). Deze zorgplicht houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De verplichting die voor de zorgaanbieder voortvloeit uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst wordt in beginsel niet aangemerkt als een resultaatsverplichting, waarbij de zorgaanbieder moet instaan voor het bereiken van een bepaald resultaat, maar als een inspanningsverplichting, waarbij de zorgaanbieder zich verplicht zich voor het bereiken van een bepaald resultaat in te spannen. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een ongewisse factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie overweegt als volgt.

Ter zitting is onduidelijkheid ontstaan bij welke dermatoloog cliënte voor het eerste consult, na verwijzing door de huisarts, is geweest. Partijen staan in deze diametraal tegenover elkaar. In ieder geval is vast komen te staan dat cliënte één keer in 2016 bij een dermatoloog is geweest en opnieuw na een doorverwijzing van de huisarts vanwege ontstekingen door een dermatoloog is gezien op 27 januari 2020. Cliënte heeft gesteld dat zij meerdere malen de dermatoloog heeft verzocht om de cyste weg te halen op haar neus. Zij heeft het idee dat de arts haar niet serieus heeft genomen door haar uiteindelijk naar een schoonheidsspecialiste te sturen.

In de verwijsbrief van de huisarts wordt niet vermeld dat de verwijzing naar de zorgaanbieder ziet op het weghalen van de cyste op haar neus maar ziet op een beoordeling van en advies over behandeling van recidiverende ontstekingen/cystes. De behandeling van de dermatoloog is hierop gericht geweest.

Op 27 januari 2020 heeft de dermatoloog geconstateerd dat er sprake was van acne cystica. De dermatoloog heeft, vanwege de aanwezigheid van meerdere plekken, ervoor gekozen om te starten met een antibioticakuur van twee maanden, Minocycline, gericht op het verminderen van de acne in zijn algemeenheid. Daarnaast is met cliënte besproken dat zij niet meer in haar gezicht moest krabben en moest proberen te stoppen met roken omdat dat ook schadelijk is voor de huid. Vervolgens heeft de dermatoloog, toen bleek dat het antibioticum niet het gewenste resultaat gaf gekozen voor een lokale behandeling met medicinale crème. Uiteindelijk is cliënte op haar verzoek doorverwezen naar een plastisch chirurg die cliënte op 1 maart 2021 heeft onderzocht en geen indicatie voor een operatie heeft gezien en cliënte heeft doorverwezen naar een schoonheidsspecialiste of huidtherapeut.

De commissie acht het verdedigbaar dat de behandelend arts voor deze behandeling heeft gekozen gezien de verwijzing van de huisarts dat sprake was van meerdere ontstekingen. Niet kan worden gesteld dat de zorgaanbieder een verkeerde diagnose heeft gesteld. Verwacht mocht worden dat de medicatie de acnéklachten zou afremmen mits de huid verder niet zou worden gemanipuleerd. De commissie acht het niet aannemelijk dat de medicatie heeft geleid tot de beschadiging van de huid dan wel andere gezondheidsklachten zoals cliënte heeft gesteld. De commissie zal dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

Vast is komen te staan dat cliënte na het eerste consult op 27 januari 2020 meerdere malen zowel telefonisch en als op de polikliniek contact heeft gehad met de dermatoloog. Dat de gesprekken met de arts in de eerste maanden veelal telefonisch, in plaats van op de polikliniek, hebben plaatsgevonden was te wijten aan de strenge COVID-maatregelen die op dat moment in de ziekenhuizen golden. Dit heeft de communicatie wel bemoeilijkt. Echter, dit kan de arts niet worden verweten. Uiteindelijk heeft cliënte er zelf voor gekozen om op 25 oktober 2021 het vertrouwen in haar behandelaar op te zeggen en daarmee is de behandelingsovereenkomst met de zorgaanbieder ontbonden.
De commissie acht het begrijpelijk dat cliënte vervolgens vanwege haar klachten over de behandeling in 2022 is doorverwezen naar de klachtenfunctionaris en niet meer rechtstreeks contact heeft kunnen opnemen met de artsen. Zij was immers geen patiënt meer. De commissie zal ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

De commissie is van oordeel dat de behandelend artsen hebben gehandeld zoals redelijk handelende en redelijk bekwame artsen in dezelfde omstandigheden zouden hebben gehandeld. Nu er geen sprake is geweest van een tekortschieten in de medische behandeling van cliënte, zal de commissie de vordering tot schadevergoeding afwijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klachten ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer prof. dr. R. Willemze, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 5 april 2023.